Interview met Zoë Demoustier (Fred Libert)

Alex Pistorius (De Zendelingen)

"Ik werk graag met zo divers mogelijke groepen. Iedereen heeft een verhaal."

 

Op vraag van Dag van de Dans gaat Fred Libert (De Zendelingen) in gesprek met Zoë Demoustier. Zoë geeft een gezicht en een stem aan het thema van Dag van de Dans 2021-2022: Ruimte maken voor nieuwe makers. 

Dag van de Dans kiest met Zoë Demoustier (25) voor een jonge ambassadeur. Zoë ontving in 2019 de Leuvense Prijs voor Beloftevol Talent. Nu schaart ze zich als nieuwe maker en geëngageerd kunstenaar enthousiast achter de focus van Dag van de Dans 2021: 'ruimte maken voor nieuwe makers'. In een videoreeks gaat ze in gesprek met nieuwe makers en vraagt hen naar hun noden, dromen en wensen. Tijdens een wandeling langs het Willem- en Bonapartedok in Antwerpen was het aan Zoë zelf om de vragen te beantwoorden

Waarom zijn we hier?

In hetpaleis woonde ik vandaag een voorstelling bij van Karolien Verlinden (Tuning People). Ze is een van de acht ‘nieuwe makers’ die ik interview in het kader van Dag van de Dans. 

Wat zijn ‘nieuwe makers’?

Choreografen, dansers en makers die aan het begin staan van een nieuwe fase. ‘Nieuwe makers’ zijn vaak jong, maar niet altijd. Zo is Karolien al geruime tijd actief en heeft ze haar eigen gezelschap, Tuning People. Nu zoekt ze binnen haar werk naar een samensmelting en spanning tussen beweging, tekst en klank en probeert ze om naast met dansers ook met acteurs samen te werken. Ze staat voor een nieuwe fase. Ik vind het interessant dat ze hiervoor koos en vraag me dan af wat haar dromen en wensen zijn. 

Hoe kwam Dag van de Dans bij jou terecht als ambassadeur?

Via ‘In de Maak’, een platform dat ik enkele jaren geleden oprichtte samen met Barbara T'Jonck en Oihana Azpillaga. We waren net afgestudeerd en hadden het gevoel dat iedereen het ‘startende traject’ alleen probeert af te leggen. Vaak is dat eenzaam, en velen botsen tegen dezelfde zaken. Met ‘In de Maak’ proberen we een netwerk te creëren. We doen dat door nieuwe makers binnen theater, dans en performance zichtbaarheid te geven. Zowel dramaturgen, acteurs, dansers, scenografen, productieleiders… kunnen via ons met elkaar in contact komen. We proberen er voor hen te zijn, bieden een plek op onze website, zorgen voor panelgesprekken en zoeken samen naar goede repetitieruimtes. Onze hoofdactiviteit is een jaarlijks festival waar nieuwe makers work-in-progress tonen. We maken geen selectie, maar vragen iedere maker om als mede-curator effectief bij te dragen aan ons festival, van promotie tot catering. 

Waarom de focus op work-in-progress tijdens het festival?

Door onaf werk te tonen, stel je je kwetsbaar, maar ook transparant op. Je vraagt om feedback, wil in gesprek gaan en groeien. We kunnen elkaar in die fase nog zoveel helpen. 

Hoe verliep het festival in tijden van corona?

Na een fijne eerste editie van ‘In de Maak’ in 2019, was het in september 2020 normaal gezien tijd voor de tweede. Iets met corona en roet in het eten… Het festival werd verplaatst naar maart 2021, onder de noemer ‘The Festival That Never Happened’. Covid-19 liet ons nadenken over een ander concept. Zo werd het dit jaar een wandelroute in Leuven waarbij je op verscheidene plekken werk van 27 makers kon bekijken of beluisteren aan de hand van video, in een vitrine, of met audio. Een podcast begeleidde je op je weg. 

En jouw eigen weg, hoe liep die al?

Ik heb altijd gedanst en kreeg als kind al kansen bij Kabinet K en Fabuleus. Toch volgde ik nooit een klassieke dansopleiding. Na mijn middelbare studies besloot ik verder te studeren aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten en behaalde ik mijn diploma aan de Mime opleiding. Velen hebben er nog niet over gehoord. De opleiding is gebaseerd op een techniek van Etienne Decroux, de ‘mime corporel’. Dat is een soort training voor fysieke acteurs waarbij je controle leert te hebben over jouw lichaam, het bewust inzet en gaat analyseren om zo nieuwe vormen van theater te maken. Na Amsterdam koos ik voor een master regie aan het RITCS. Daar studeerde ik af met het project ‘Regarding the pain of others’, waarin ik aan de slag ging met beelden die mijn vader, Daniel Demoustier, maakte als journalist in oorlogsgebieden. Ik werkte tijdens mijn studie ook samen met BRONKS en de exit-groep, waar Brusselse jongeren met een migratieachtergrond en professionele kunstenaars samen aan de slag gaan. Hun verhalen zal ik altijd blijven onthouden. Momenteel volg ik ‘Culturele Studies’ aan de KU Leuven. Ik wilde weten hoe het cultuurveld er uitziet, hoe je je als maker daartoe kan verhouden en welke impact je op een maatschappij kan hebben. Het is interessant als je een dialoog krijgt tussen academici en personen die net zoals ik uit de praktijk komen.

Onlangs ging je in residentie in STUK. Aan welk project werkte je daar?

‘Unfolding an archive’. In die voorstelling werk ik verder op mijn afstudeerproject en duik ik opnieuw in de verhalen van mijn vader. Ik probeer het traject dat hij in twintig jaar aflegde te reconstrueren met beweging aan de hand van geluiden van zijn archief. Zo verplaats ik mij naar waar hij was toen hij niet thuis was. Ik val binnen in de levens van de mensen die ik door zijn ogen zie.

Daarnaast lopen er ook nog andere projecten van je die niet onopgemerkt blijven. Een daarvan is ‘Creative in Solitude’. 

Tijdens de kerstvakantie begon ik aan dit project. Ik had het gevoel dat vele jongeren de nood hebben om gehoord te worden. Samen met mijn moeder, zus en bevriende illustratrice Tinzi Yada, maakte ik een website waarop het creatieve werk van jongeren getoond wordt. Jan Umans en Eva Kestens, beiden kinder- en jeugdpsychiater, begeleiden het project. Ze zijn een enorme steun in het bevragen van wat het kan zijn en wat we willen bereiken. Ik wil dat deze jongeren een creatieve taal mogen en kunnen geven aan hun eenzaamheid. Via panelgesprekken met de bevoegde ministers en instanties vragen we hiervoor aandacht.  

Met ‘In de Maak’, ‘Creative in Solitude’ en ‘Unfolding an Archive’ laat je de anderen spreken. Je bent graag bezig met de stemmen van anderen? 

Sinds kort begin ik dat door te hebben. Enerzijds voelt het goed om anderen plaats en ruimte te geven en leert dat me ook veel. Anderzijds merk ik dat, hoewel bewegen mijn taal is, ik enorm van verhalen hou. Het is een rode draad in mijn werk. Je denkt dan van ‘toeme’, mijn beide ouders zijn verbonden met journalistiek. Mijn grootvader, Johan Boonen, heeft als toneelauteur ook een passie voor verhalen. Komt het van hen? Soms wil je dat eerst niet toegeven. Maar het klopt dat maatschappelijke thema’s mij aantrekken. Zo ben ik ook bezig met het project ‘What Remains’, een voorstelling over vergankelijkheid, vergeten en dementie. De vader van mijn vriend stierf onlangs aan Alzheimer. Een heftig proces. Er rust hier nog zo’n groot taboe op. In deze voorstelling wil ik graag verhalen verzamelen. Van daaruit ga ik met zowel kinderen als 65-plussers kijken hoe zij bewegend op elkaar kunnen reageren rond dit thema. 

Je werkt duidelijk met veel verschillende groepen. 

Afhankelijk van de inhoud van het project kies ik met wie ik aan de slag ga. Ik wil wel altijd zoveel mogelijk mensen bereiken. Een zaal waarin het publiek enkel uit kunstenaars bestaat? Liever niet. Net zoals Dag van de Dans wil ik ‘dans bemind maken’. Voor iedereen. Er is nog steeds een grote kloof tussen ‘amateur’, ‘professioneel’, avondcircuit en jongeren- en kinderencircuit. Dat werkt belemmerend. Ikzelf heb altijd in die verschillende werelden gezeten. Zo geef ik nog steeds les in de dansschool in Leuven waar ik vroeger danste. De technische invalshoek en de danswedstrijden, daar leerde ik veel uit. Nu probeer ik de dansers ook zelf te laten creëren, iets wat ik wat gemist had. Je kan heel jonge kinderen al een taal laten ontwikkelen met hun fantasie. Ik krijg er vrijheid en mag met atypische groepen werken, van volwassenen tot de allerjongste en personen met een beperking. Ik zie daar een uitdaging in. Iedereen heeft een verhaal. 

Je geeft anderen een podium, maar waar droom jij zelf van?

Ik droom ervan eigen voorstellingen te maken, een eigen gezelschap te hebben en om zelf te dansen. Men duwt je te snel in dat vakje van ‘maker’. Ik wil dat alles meer open staat. Zo noem ik me sinds kort ook expliciet choreograaf, alhoewel mijn voorstellingen altijd balanceren tussen dans, theater en performance en ik niet terugschrik voor projecten als ‘Creative in Solitude’. Daarnaast dans ik soms in het werk van anderen en geniet ik daarvan. Ik wil op de vloer staan én maken. Ik droom ervan beide te blijven doen. Verder wil ik nog veel reizen. Het verplaatsen, ontdekken en communiceren, dat vind ik krachten van het lichaam. Door met mijn ouders naar verre landen te trekken, ontdekte ik dat kunst maken voor mij meer is dan mijn eigen wereldje bekijken. 

Uit je eigen wereld treden, is dat iets dat je de hele sector toewenst?

Ik denk dat we dat kunnen bereiken door een grotere aanspreekbaarheid, tussen artiesten, programmatoren, instituten, en misschien zelfs recensenten. De drempel om iemand te contacteren voelt nog steeds te hoog. Misschien kunnen opleidingen hier een antwoord bieden, maar dan niet enkel door deze personen als jury te kiezen. Ze zouden mee in het maakproces moeten getrokken worden. In de Mime-opleiding werd bijvoorbeeld Anne Breure (toen algemeen en artistiek directeur van het Veem Theater) eens uitgenodigd. We ontbeten samen en spraken over ons werk. Gewoon, gezellig. Nadien had ik het gevoel dat ik haar kon aanschrijven. De drempel was verlaagd. Uiteindelijk staan veel programmatoren, instellingen, artistiek leiders… echt open voor contact. Iedereen zoekt naar wat het beste zou kunnen zijn. Je voelt dat instituten zich steeds meer willen openstellen en onderzoeken hoe ze minder elitair kunnen worden, zonder aan kwaliteit in te boeten. Met ‘In de Maak’ willen we uitnodigen om met elkaar in gesprek te gaan en van elkaar te leren. Ik wil mijn individueel traject behouden, maar dat sluit niet uit dat je veel met elkaar kan delen en elkaar kan helpen en beluisteren. 

Verbinding. Is dat ook jouw visie op Dag van de Dans?

Zeker. Maar ik gooi er graag nog een goed cliché bovenop. Iedereen kan dansen. Het thema 'ruimte maken voor nieuwe makers’, waar Dag van de Dans dit en volgend jaar op focust, ligt in de lijn van die gedachte. Het is een pleidooi voor meer diversiteit op verschillende niveaus. Ik meen dat zo hard. Iedereen kan dansen. Iedereen kan vertellen met zijn lichaam. Laat ons allemaal experimenteren, aftasten en ontdekken.  

De interviews die Zoë Demoustier aflegde in het kader van Dag van de Dans, zijn binnenkort te bekijken op Podium 19 en op de social media kanalen van Dag van de Dans (in samenwerking met Alex Pistorius (De Zendelingen)). Zoë ontmoet Cherish Menzo, Hernán Mancebo Martinez & Samuel Baidoo, The Festival That Never Happened (Platform In De Maak) (Cinzia Scoglioneri, Steffi van Bokhoven, Justine Copette, Noëlle Lahaye, Pieter Desmet, Steffi Mennen, Oihana Azpillaga, Eline Dewaele, Barbara T’ Jonck), Karolien Verlinden, Lisa Vereertbrugghen, Lucas Katangila, Oskar Stalpaert (Platform-K), RADAR Mechelen (Pauline Thuriot, Elliot-Minoque Stone en Isabelle Arboleda van collectief Sidewards, Zach Zwagga).

(Fred Libert)


 

Foto's/stills van Alex Pistorius (De Zendelingen) met Zoë Demoustier, Karolien Verlinden, Cherish Menzo